Inbreuk op grondrechten

Een 52 jarige werknemer is al sinds 1995 in dienst bij werkgever als casinomedewerker. Werknemer heeft bij werkgever een geschiedenis met verslavingsproblematiek.

In het personeelshandboek van werkgever – dat ook aan werknemer is verstrekt – staat dat het gebruik of bezit van alcohol op het werk niet is toegestaan en tot ontslag kan leiden. Het handboek geeft ook aan dat werkgever alcohol- en drugstests mag uitvoeren als zij misbruik vermoedt.

Werknemer heeft reeds in juni 2015 een rehabilitatieprogramma doorlopen nadat in zijn urine sporen van drugs waren aangetroffen. Werknemer heeft daarvoor een fikse waarschuwing van werkgever ontvangen en destijds een brief getekend waarin hij heeft ingestemd met het ondergaan van testen op alcohol of drugs. Daarna doen zich nog een paar incidenten voor. Op 22 september 2015 is werknemer nogmaals gewaarschuwd voor het gebruik van alcohol op de werkvloer. Werknemer belooft nogmaals beterschap.

Op 29 februari 2016 heeft de werknemer zich onder invloed van alcohol op het werk gemeld. Werknemer verklaart kort voor aanvang van zijn dienst tenminste zes rum-cola’s te hebben gedronken. Werkgever wil een alcohol- drugtest bij werkgever uitvoeren maar de werknemer weigert hieraan mee te werken. Voor werkgever is daarmee de maat vol en ontslaat werknemer op staande voet.

Werknemer is het niet eens met het ontslag en stelt in een procedure dat het ontslag kennelijk onredelijk is en vordert een schadevergoeding van werkgever. Werknemer stelt in hoofdzaak dat het ondergaan van testen op alcohol en drugs een ontoelaatbare inbreuk op de onaantastbaarheid van het lichaam en/of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is.

Hoge Raad

De Hoge Raad geeft aan dat grondrechten (uit een Staatsregeling) geen directe werking hebben in verhoudingen tussen burgers onderling. De door werkgever en werknemer vastgestelde beperkingen van de uitoefening van deze grondrechten kunnen daarom in beginsel door partijen worden overeengekomen.

 

Vervolgens heeft de Hoge Raad onderzocht of de inbreuk het de grondrechten toelaatbaar is, nu het beleid uit het personeelshandboek op het punt van drugs- en alcoholtests ontegenzeggelijk een inbreuk oplevert. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze inbreuk op de grondrechten van de werkgever toelaatbaar is en verwijst hiervoor naar een eerdere uitspraak uit 2007. In die uitspraak van Hoge Raad is al geoordeeld dat het gevoerde antidrugs- en alcoholbeleid, inclusief de uitgevoerde testen op het gebruik van drugs en alcohol, gerechtvaardigd was. Het belang van werkgever op behoud van haar goede naam en aantrekkelijkheid voor gasten rechtvaardigt in zo’n geval de inbreuk op de grondrechten van de betrokken werknemer.

Het ontslag op staande voet houdt dus stand. Werkgever heeft werknemer terecht op staande voet ontslagen omdat de werknemer onder invloed van alcohol op het werk is verschenen en niet wilde meewerken aan een alcoholtest. Er is geen sprake van een ontoelaatbare inbreuk op de grondrechten van de werknemer.

Hoe heeft u uw antidrugs- en alcoholbeleid geregeld? Heeft u vragen hoe u dit goed kunt regelen? Van Egmond Legal adviseert u hierbij graag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *